Posts

De Socratische leraar vs. de filosofische ambtenaar

Afbeelding
Korte bespreking ( naar boek Michel Onfray) 
In het eerste hoofdstuk verdedigt hij de stelling dat je verhouding tot de filosofie afhangt van de persoon die je met dat vakgebied in contact brengt. Hij onderscheidt twee types, die hij lijnrecht tegenover elkaar plaatst:  - de filosofische ambtenaar - de Socratische leraar. 
De eerste belichaamt de minder gepaste benadering van het vak filosofie, zoals dat in Frankrijk in het schoolcurriculum opgenomen is.  De tweede belichaamt het beste.  Waarom? 
De filosofische ambtenaar kan zich niet losmaken van het officiële leerprogramma. Hij handelt als een manager. Het doet me vaak denken aan de academische filosoof die uit het weten praat. Hij benadert de filosofie vanuit een oud en naargeestig leerboek, dat jaren geleden is samengesteld, en begeeft zich nooit buiten de platgetreden paden van de geschiedenis van de filosofie. Hij behandelt enkel de traditionele onderwerpen en de zogenaamde grote filosofen, bij voorkeur de dode. Hij stelt de standaar…

Optimisme als een naïviteit

De notie optimisme is een misleidend begrip, ze verbergt een wenselijk denken, een onuitgesproken verlangen en vooral ze is onredelijk. Wie de betekenis van het begrip optimisme opzoekt komt al snel uit op het volgende uit: ‘optimisme, komt van het Latijn optimum wat het beste betekent of van oudsher het geloof in de beste van alle mogelijke werelden te leven.[1] Dit laatste vinden we terug in de filosofie van de Duitse filosoof Gottfried Leibniz (1646-1716). In het boek Theodizee schrijft hij een  metafysische onderbouwing van het optimisme neer. Voor Leibniz was het duidelijk dat God in zijn almacht en goedheid slechts de beste van alle denkbare werelden geschapen kon hebben. Voltaire kon Leibniz metafysische onderbouwing alvast niet smaken, wat hij in zijn roman Candide (1755) ook liet blijken.[2] Niet omdat het geen belangrijk idee is, maar omdat je het idee niet kunt toetsen. We hebben geen vergelijkingsmateriaal en weten niet of er betere werelden mogelijk zijn.
De Duitse filoso…

Volkssoevereiniteit versus mensenrechten.

Sinds Rousseau’sDu contrat socialkennen we het principe van de volkssoevereiniteit. Het idee dat een volk op zich een entiteit is met volledige zelfbeschikking was op dat moment revolutionair. Tenminste, vanuit het ancien regime, maar we moeten er wel rekening mee houden dat (volgens de Tocqueville) de Franse revolutie ontstond door de socio-economische veranderingen. De Franse revolutie was enkel de bezegeling van een verandering die al langer in de maatschappij zelf aan het plaatsvinden was. En de maatschappij, dat was het volk. In tegenstelling tot de Amerikaanse grondwet, waar men nog altijd ‘one nation, under God’ is, was de Franse revolutie geseculariseerd. De legitimatie kwam vanuit het volk zélf, vanuit haar onvervreemdbaar recht op zelfbeschikking, vanuit haar soevereiniteit. Soevereiniteit is een abstrakt begrip, kan niet worden vervreemd en kan door niemand worden verpersoonlijkt, hoogstens vertegenwoordigt. Maar zelfs bij machtsvertegenwoordiging blijft het volk de werkeli…

Geschiedenis van het humanisme

Geschiedenis van het humanisme
Een speurtocht naar de historische wortels van het humanistische gedachtegoed leert dat het begrip humanisme pas begin 19de eeuw is ontstaan.
Toch waren er al veel eerder ideeën en opvattingen die hebben geleid tot wat humanisme is gaan heten. In tal van culturen hebben zich oriëntaties ontwikkeld met grote aandacht voor de mens zelf. Zowel in boeddhisme en hindoeïsme als in christendom en islam treffen we daartoe aanknopingspunten aan. Omdat humanisten ook hechten aan diversiteit is de dialoog met andersdenkenden wezenlijk. In gesprek blijven met elkaar gaat boven het uitvergroten van de verschillen.
Grieken en Romeinen De Griekse filosoof Socrates (5de eeuw voor Christus) geldt algemeen als grondlegger van het westerse humanisme. Hij stelde vragen bij alle vanzelfsprekendheden die op zijn weg kwamen. Vraagtekens plaatste deze wijsgeer vooral bij autoriteit en dogmas. Het zelf kritisch nadenken heeft de moderne humanist met Socrates gemeen. Een andere bel…

God zit tussen de oren!

God zit tussen de oren!In het debat over religie en rede of zijn er redelijke argumenten voor het bestaan van God zijn al veel woorden neergeschreven en debatten gevoerd.  Mij gevraagd heb ik de indruk dat  het wat rommelt in het klassieke gesprek over geloof en ongeloof. Zo zien we het  ook in het debat tussen Thomas Rotthier en Othman El Hammouchi. De ene weerlegt het bestaan van God, de andere beweert dan weer over redelijke argumenten te beschikken. Maar wat is het nu? Of  wat betekent ‘gelovig zijn’ nou precies? Geloven in iets doen we allemaal. In ene eerste betekenis van geloven kunnen we enkel geloven als het strookt met de waarheid, waarheid is enkel dat wat strookt met de werkelijkheid, met de feiten als bewijs.  De tweede betekenis van het woord ‘geloof’ is ‘vertrouwen’. Het woord ‘vertrouwen’ lijkt te verwijzen naar iets ongrijpbaars, iets vaags. Waarom? Vertrouwen is pas daar wanneer er een verworven loyaliteit is tot stand gekomen. Zoals  het vertouwen van het kind in de …